Voorlopig geen vaste afgeronde remgelden (31-05).

De lopende overeenkomst voorzag de invoering van vaste, afgeronde remgelden voor de kinesitherapieverstrekkingen met ingang van 1 juni 2018.

Het RIZIV stelt nu dat dit een grondige herwerking vergt van art. 7 van het  KB van 23 maart 1982 tot vaststelling van het persoonlijk aandeel van de rechthebbenden of van de tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging in het honorarium voor bepaalde verstrekkingen (wettelijke basis: gecoördineerde wet van 14-7-1994, art 37, §1 ).

Het persoonlijk aandeel mag niet hoger zijn dan 40 pct. van de vastgestelde kostprijs. Voor de rechthebbenden van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming, mag dat persoonlijk aandeel niet hoger zijn dan 20 pct. van de hen betreffende tarieven.

Het probleem is dat de afgeronde bedragen van de vaste remgelden, vermeld in de nationale overeenkomst, voor de verstrekkingen M 12, M 14,5 en M 16, tot persoonlijke aandelen leiden die beduidend boven de wettelijk vastgelegde percentages liggen. Op korte termijn is een wetswijziging in die context niet haalbaar, aldus het RIZIV. Nochthans is de inhoud van de Overeenkomst reeds sinds december bekend...

De Overeenkomstencommissie moet nu op zoek naar een oplossing voor deze remgeldkwestie. Axxon wenst dat dit op korte termijn wordt opgelost, en de ziekenfondsen dit niet bewust laten aanslepen tot eind dit jaar.

De besparing verbonden aan deze remgeldhervorming moet immers bijkomende middelen vrijmaken voor de honoraria vanaf 2019.

Omtrent de bepaling van het persoonlijk aandeel bij de “overschrijdingscodes”, een maatregel die eveneens op 1 juni moest ingaan, heeft het RIZIV (nu pas) intern juridisch advies gevraagd.