Verbod op Corona-supplementen vanaf 4 mei !(15-05)

Sommige zorgverleners hebben extra kosten om zichzelf en hun patiënten voldoende te kunnen beschermen, bovenop de beschermingsmiddelen die de Overheid gratis ter beschikking stelt.  Het RIZIV en de FOD VGZ  wijzen er op dat ze merken dat sommige zorgverleners bepaalde kosten voor beschermingsmateriaal waarmee zij geconfronteerd worden ten gevolge van de COVID-crisis, wensen door te rekenen aan de patiënt. Dat kan niet, alduis de Overheid. Een reglementair kader om dit te verbieden, is op 15-05 goedgekeurd, en treedt in werking met terugwerkende kracht vanaf 4 mei jongstleden, het moment waarop de niet-essentiële zorg werd heropgestart.

Geen enkele zorgverlener mag zijn of haar patiënt dus een “coronasupplement” aanrekenen. Dat geldt voor zowel geconventioneerde als niet-geconventioneerde zorgverleners.

Patiënten die sinds 4 mei toch een coronasupplement kregen aangerekend, kunnen dat terugvorderen, rechtstreeks bij hun zorgverlener of met de steun van hun ziekenfonds.

Een compensatie voor zorgverleners

Tegelijkertijd neemt het RIZIV een initiatief om een systeem te ontwikkelen tot tussenkomst in deze kosten, in de mate natuurlijk dat de beschermingsmiddelen niet door de overheid zelf ter beschikking werden gesteld.