KNGF kostprijsonderzoek wijst uit: tarief niet kostendekkend. (27-02).

Naar aanleiding van het signaal van de leden dat de tarieven de kostprijzen niet dekken, heeft het KNGF bestuur (Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie) vorig jaar opdracht gegeven tot de uitvoering van een onafhankelijk onderzoek naar de integrale kostprijzen van kinesitherapie.

Uit dit onderzoek kwam een gewogen gemiddelde kostprijs van € 36,14 per behandeling naar voren. Hoewel het onderzoek statistisch niet representatief is vanwege het kleine aantal deelnemende praktijken, geeft het wel een duidelijke indicatie dat praktijken onder integrale kostprijs moeten werken. Dit is niet het enige onderzoek dat daarop wijst. Zo toonde het Motivaction onderzoek uit november 2016 aan, dat onze Nederlandse collega's niet of nauwelijks nog in staat zijn te investeren in kwaliteit en innovatie.

Uit het KPMG onderzoek, dat is uitgevoerd onder solisten, praktijken met een omzet kleiner dan € 500.000,-. en praktijken met een omzet groter dan € 500.000,-, kwam het volgende naar voren:

  • Het aantal solisten in het onderzoek is dermate klein, dat de resultaten niet werden meegenomen. Een voorlopige conclusie is wel dat solisten een relatief hoge kostprijs hebben ten opzichte van de grotere praktijken. De schaalvoordelen van een grotere praktijk kunnen hier mogelijk een oorzaak van zijn.
  • De gewogen gemiddelde kostprijs is € 36,14 per behandeling. Gewogen betekent: over alle prestaties heen en prestaties die vaker verricht worden tellen ook zwaarder.
  • Het onderzoek geeft ook een beeld van de gemiddelde kostprijzen per (meest voorkomende) prestatie. Voor de reguliere zitting is dat € 34,57.
  • De productiviteit, gedefinieerd als het aantal uren dat een kinesitherapeut direct met een patiënt bezig is, ligt op basis van een 40-urige werkweek tussen de 55% en 80% met een gemiddelde van 70%.

Bij de berekening van de kostprijzen is geen rekening gehouden met het ondernemersrisico (1,5 à 2%) en het rendement op geïnvesteerd vermogen (eveneens 1,5 à 2%). Dat maakt de kostprijzen in het rapport hoger en het verschil met de vigerende tarieven groter.

Zou onze Belgische voogdijminister dit soort informatie ook lezen ?